Wat is onze ont­wik­kel­stra­te­gie?

De woning­bouw­op­ga­ve in de Ruimtelijke Koers is anders dan de eerdere uit­brei­din­gen van Houten (zie tijdlijn). Dat komt onder andere doordat de gemeente meer afhan­ke­lijk is van grond- en gebouw­ei­ge­na­ren en de gebieden verspreid liggen over Houten. Deze Ruimtelijke Koers vraagt daarom om een strategie waarbij we flexibel zijn en ons kunnen aanpassen aan de ver­an­de­ren­de situatie. Voor de hel­der­heid een toe­lich­ting op wat deze koers wel en niet is. Daarna de strategie op hoofd­lij­nen.

De Ruimtelijke Koers is geen:

  • Beslis­sings­do­cu­ment voor het starten van de uit­voe­ring
  • Vast einddoel voor de ont­wik­ke­ling van Houten 2020 — 2040
  • Vooraf vast­ge­stel­de marsroute voor de rea­li­sa­tie
  • Grond­ex­ploi­ta­tie waarin de totale ont­wik­ke­ling (woningen, groen, natuur- en recreatie, infra, etc.) ruim­te­ge­bruik, kosten, opbreng­sten en fasering vaststaan
  • Geac­tu­a­li­seer­de gemeen­te­lij­ke meer­ja­ren­be­gro­ting 2020 — 2040

De Ruimtelijke Koers is wel:

  • Spelregel (stedenbouwkundig/financieel/strategisch) voor een ander type gebieds­ont­wik­ke­ling dan Houten gewend is (want adaptief)
  • Een kader voor de uit­wer­king van de woning­bouw­am­bi­tie en het ver­ster­ken van de vita­li­teit en leven­dig­heid van de stad
  • Een integrale bena­de­ring en gaat verder dan alleen woning­bouw­pro­duc­tie
  • Een tactisch stap­pen­plan voor de uit­voe­ring met keuzes en over­we­gin­gen waarop in de komende twintig jaar steeds bij­stu­ring zal plaats­vin­den

Strategie op hoofd­lij­nen

In onze strategie maken we onder­scheid tussen ver­trek­pun­ten en keuzes.

Ver­trek­pun­ten:

  1. De keuze voor (her)ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied betekent veel sta­ke­hol­ders, een hoge com­plexi­teit en ver­snip­perd eigendom. Compleet anders dan bij bouwen in een weiland
  2. De gemeente is niet in staat om voor de gehele opgave een eigen grond­ex­ploi­ta­tie te voeren
  3. De gemeente is slechts één van de spelers op een dyna­mi­sche grond- en vast­goed­markt
  4. Het succes van gebieds­ont­wik­ke­ling hangt af van het programma, de dichtheid, kosten en opbreng­sten en de bereid­heid van de markt tot (her)ontwikkeling
  5. De gemeente voert de regie in het ordenen van ruimte en pro­gram­me­ring van woningen
  6. De gemeente maakt keuzes waar en op welke wijze ze actief stuurt, ont­wik­ke­lin­gen afdwingt, con­di­ti­o­neert of juist de keuze laat aan de markt.

 

Keuzes:

  1. Pri­o­ri­teit geven aan ont­wik­ke­lin­gen in Het Centrum en De Molenzoom, want deze ont­wik­ke­lin­gen hebben de meeste toe­ge­voeg­de waarde voor Houten.
  2. Met de ver­ster­king van De Molenzoom als woon-werkgebied het centrum van Houten vergroten.
  3. Bij suc­ces­vol­le ont­wik­ke­ling in Centrum & Molenzoom kan dit leiden tot tem­po­ri­se­ring en minder woningen elders (bij­voor­beeld op de Koppeling).
  4. De keuze voor Noordwest komt mede voort uit de ambitie de kwaliteit van bestaande (werk)gebieden te ver­be­te­ren.
  5. In Noordwest zijn drie samen­han­gen­de ont­wik­ke­lin­gen mogelijk die voldoende kritische massa kunnen bieden voor een levens­vat­ba­re ont­wik­ke­ling.

Benodigde inves­te­rin­gen

Over de benodigde inves­te­rin­gen drie belang­rij­ke punten:

  1. De gebieds­ont­wik­ke­lin­gen dragen naar rato bij aan de bekos­ti­ging.
  2. Dekking komt deels uit de gemeen­te­lij­ke begroting omdat een deel van de infra­struc­tuur ook ten goede komt aan de bestaande stad.
  3. We vragen op onder­de­len om cofi­nan­cie­ring van de regio, provincie en het rijk.
    Voor grote inves­te­rin­gen zoals de ver­leg­ging van de Rondweg, zijn finan­ci­ë­le bijdragen van anderen een rand­voor­waar­de om te kunnen bouwen.